LEIF West-Vlaanderen wil op een laagdrempelige wijze via informatieverstrekking, adviesverlening, consultatie en sensibilisatie ondersteuning bieden bij het uitklaren van de vele vragen rond het levenseinde.

Pijnbestrijding, palliatieve sedatie en euthanasie


Mensen vragen soms wat is het verschil tussen pijnbestrijding met levensverkortend effect, palliatieve sedatie en euthanasie. Het onderscheid is inderdaad belangrijk.

 
Juriste Evelien Delbeke beschrijft in haar lijvige doctoraatsthesis “Juridische aspecten van zorgverlening aan het levenseinde” de voorwaarden voor geoorloofde pijnbestrijding en continue diepe sedatie. Er moet om een medische indicatie gaan zowel voor de pijnbestrijding als voor de palliatieve sedatie. Zo is het gebruik van opiaten voorbehouden voor de behandeling van matige tot ernstige pijn die niet reageert op zwakke opiaten en is de palliatieve sedatie beperkt tot stervend nl. patiënten met een levensverwachting van enkele dagen tot maximum 2 weken. De toegediende pijnmedicatie moet proportioneel zijn aan de ernst van de pijn. Toch is de wijze waarop de patiënt het effect van de medicatie op de pijn aangeeft het belangrijkste referentiepunt bij de bepaling van de dosis ervan en het al of niet verder opdrijven ervan.

In geval van een palliatieve sedatie mag het bewustzijn slechts in die mate worden verlaagd als nodig voor de bestrijding van het te behandelen symptoom. Hierbij speelt de wens van de patiënt eveneens een belangrijke rol. Als sedativum zijn opiaten zoals morfine niet geschikt. De toe te dienen dosis wordt getitreerd en slechts verhoogd als er aanwijzingen zijn van blijvend discomfort. Uiteindelijk dient van dit alles zorgvuldig verslag te worden gedaan in het medisch dossier.

Last but not least is de geïnformeerde toestemming van de patiënt of desgevallend zijn vertegenwoordiger nodig vooraleer een pijnbehandeling of een palliatieve sedatie te starten. Patiënt moet op de hoogte zijn van de risico en neveneffecten en het mogelijk levensverkortend effect. Hij moet in geval van palliatieve sedatie weten dat hij niet meer wakker zal worden en dat zijn bewust leven eindigt met de start van de palliatieve sedatie. Hij moet ingelicht worden over alle mogelijke alternatieven zoals euthanasie.

Procedureel is overleg en advies van een specialist in de pijnbestrijding of palliatieve geneeskunde nodig. Zelf liefst o.v.v. een multidisciplinair overleg. Uiteindelijk is goede communicatie met de familie een absolute noodzaak. Ook zij moeten weten dat eens hun naaste in slaap er geen contact meer mogelijk zal zijn omdat het niet de bedoeling is patiënt nog wakker te laten worden voor zijn overlijden.

De gelijkenis met euthanasie en palliatieve sedatie is dat in beide gevallen patiënt nooit meer wakker zal worden. Alleen is het overlijden in geval van palliatieve sedatie natuurlijk. Het verschil met euthanasie is dat er geen aangifte van deze medische beslissing bij het levenseinde moet gebeuren.



dr. Luc Proot, coördinerend LEIF arts
LEIF West-Vlaanderen
Volgens de studie van Johan Bilsen en co-auteurs gepubliceerd in 2009 in het prestigieuze medisch tijdschrift ‘New England Journal of Medicine’, maakte in 2007 pijnbestrijding met mogelijk levensverkortend effect 26,7% en palliatieve sedatie 14,5% uit van het totale aantal sterfgevallen in Vlaanderen. Het recht op pijnbestrijding is vastgelegd zowel in de wet betreffende palliatieve zorg als in de patiëntenrechtenwet artikel 11 bis. Vooral dit laatste artikel stelt dat “Elkeen behoort van de beroepsbeoefenaars in de zorgsector de meest aangepaste zorg te krijgen om de pijn de voorkomen, er aandacht voor te hebben, te evalueren, in aanmerking te nemen, te behandelen en te verzachten”

Pijnbestrijding met mogelijk levensverkortend effect is soms noodzakelijk wanneer de pijn van de patiënt zo uitgesproken en sterk is dat ze alleen bestreden kan worden met pijnmedicatie die het overlijden van de patiënt KAN teweegbrengen. De levensverkorting is een potentieel neveneffect. En wanneer ook dit niet volstaat dan kan men opteren voor palliatieve sedatie waarbij het bewustzijn van de patiënt volledig wordt weggenomen tot aan zijn overlijden.. Palliatieve sedatie wordt ook gebruikt als behandeling van andere onbehandelbare symptomen en klachten in de levenseinde zorg zoals uitgesproken kortademigheid, uitgesproken verwardheid, uitgesproken nausea en braken enz. Telkens heeft men de bedoeling er voor te zorgen dat de betrokkene zijn ondraaglijk lijden niet meer bewust kan meemaken.

Pijnbehandelingen met mogelijk levensverkortend effect spelen een belangrijke rol in de palliatieve behandeling van ondraaglijk fysisch lijden rond het levenseinde. Nochtans schreef Herman Nys, jurist en docent medisch recht KUL in een artikel gepubliceerd in Panopticum in 2000 “Medisch handelen en nalaten rond het levenseinde bij een wilsbekwame patiënt” dat een arts die pijnbestrijding met levensverkortend effect toepast zich schuldig maakt aan het misdrijf doodslag. een misdreef waarvoor een arts tot levenslange gevangenisstraf kan veroordeeld worden. Vandaar de grote behoedzaamheid van vele artsen bij het voorschrijven en gebruik van pijnstillende middelen. Dit heeft voor gevolg dat sommige patiënte onvoldoende pijnstilling zullen ontvangen, en dit kan ook niet de bedoeling zijn. In het artikel 11 bis in de patiëntenrechtenwet staat alleen het recht op pijnbestrijding. Onder welke voorwaarden dit recht bestaat en over de gevolgen daarop indien het een mogelijk levensverkortend effect heeft, wordt in de wetgeving niets gezegd.
 
     

 

Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

copyright & disclaimer